Een abonnement dat bij je gezin past
Bij elk abonnement horen de ontwikkellijnen, het portfolio, de agenda, de community en de spellen. Kies maandelijks, per jaar, of inclusief lesmateriaal: de uitgewerkte weekprogramma's, alle werkbladen en een begeleider die met je meedenkt.
Laden…
Hoeveel tijd, en wat heb je nodig?
Elk lesprogramma blijft binnen een vaste tijd per dag, passend bij de leeftijd. Wat jullie samen doen, tel je één keer, ook met meer kinderen.
Tijd per dag
| Groep 1 en 2 | 1 tot 2 uur | grotendeels spelend |
|---|---|---|
| Groep 3 en 4 | 2 tot 2,5 uur | korte lessen, veel samen |
| Groep 5, 6 en 7 | 2,5 tot 3,5 uur | je kind gaat steeds meer zelf doen |
| Groep 8 | 3 tot 4 uur | je kind plant een deel van de week zelf |
Plus een uur bewegen, het liefst buiten.
Wat je in huis nodig hebt
- Papier, potloden, stiften, een schaar en een lijmstift
- Een paar schriften, voor bijvoorbeeld het natuurdagboek
- Een printer, voor de printbladen van de week
- Dingen uit huis en de tuin: knopen, dennenappels, een weegschaal, een meetlint
- Prentenboeken en leesboeken uit de bibliotheek
- Vanaf groep 4 een atlas (ongeveer € 25, tweedehands vanaf € 5 of te leen in de bibliotheek)
Meestal heb je het al in huis; de rest haal je gratis in de bibliotheek. Elke week staat er een lijst Klaarleggen klaar. Lees meer
Kijk in een les
Elke les vertelt je precies wat je nodig hebt, wat je samen doet en wat je kind zelf doet, met een plan als het nog niet lukt of juist heel vlot gaat. Dit zijn twee lessen uit de eerste week, zoals ze in het platform staan.
Groep 2 · TaalRijmen bij het kampvuurBekijk de les
Leerdoel: Kan zelfstandig een rijmwoord bedenken bij een opgegeven woord (bijvoorbeeld: boom, room of huis, muis).
- Een steen, een tak en een dennenappel
- Een mandje voor de prentenboeken, op een lage plank
- Vijf of zes prentenboeken over het bos, de oogst of een kampvuur (gratis in de bibliotheek)
- Rijm in een oud versje: Eerst even ophalen. Rijm horen in een versje, uit groep 1.
- Olifant in stukjes geklapt: Horen. Het klankspelletje: maak samen een versje af, klap olifant in stukjes, of speel ik zie, ik zie, iets dat begint met mmm.
- Steen, been, en dan tak: Samen. Leg een tak, een steen en een dennenappel op tafel. Jij zegt: steen, been. Wijs dan de tak aan en zeg tegen je kind: nu jij, tak? Je kind bedenkt zelf een rijmwoord, ook een verzonnen woord mag. Doe er vijf achter elkaar.
- Een mandje vol prentenboeken: Lezen. Laat je kind in de bibliotheek vijf of zes prentenboeken over het bos, het kampvuur of de oogst kiezen, voor een mandje op een lage plank. Jij leest voor, je kind slaat om en praat mee. Vertelt het na afloop wat het mooi of grappig vond, dan luister je. Geen bibliotheek dichtbij? Eigen boeken of ruilen kan ook.
- Een boek halen voor jou: Zelf. Je kind pakt zelf een prentenboek uit het mandje en brengt het bij jou.
- Rijmraden met gekke woorden: Het spel. Rijmraden. Jij zegt een woord, je kind bedenkt er een rijmwoord bij. Verzonnen woorden mogen, als ze rijmen. Daarna bedenkt je kind een woord voor jou.
- Wat rijmt er al: Kijk samen terug. Je kind bedenkt bij vijf woorden zelf een rijmwoord. Je kind pakt uit zichzelf een prentenboek en vertelt wat het mooi vond. Je kind maakt een versje af en klapt olifant in stukjes. Je kind zegt de eerste klank van een woord en wijst iets in huis aan dat zo begint.
Kijk zonder klok wat er uit groep 1 zit: rijm horen, de naam klappen, de v van vis, luisteren naar een kort prentenboek. Schrijf het op: daar begin je.
- Gaat het vlot? Je kind geeft jou een woord en jij rijmt. Of het kiest zelf een versje.
- Veelgemaakte fout: Je kind zegt tent bij tak: dat begint hetzelfde, maar rijmt niet. Laat het eind horen: tak, dak.
- Lukt zelf bedenken nog niet? Laat je kind kiezen: rijmt tak op dak of op bal?
- Als de basis er nog niet zit: Hoort je kind nog geen rijm, of klapt het de eigen naam nog niet? Doe dan eerst die stap uit groep 1: elke dag hetzelfde versje, je kind zegt het laatste woord mee, en jullie klappen de naam. Hoe groep 1 het uitlegt, en wanneer het genoeg is, staat bij Terugstappen naar groep 1, onder Loopt alle weken: Rijm horen en de naam klappen.
- Wordt het te veel? Sla de bibliotheek over: je kind kiest uit de boeken in huis. Dat scheelt ongeveer een half uur.
Rijmen draait om het eind van een woord, en dat hoort je kind het best als de dingen echt op tafel liggen: een tak, een steen, een dennenappel. Een verzonnen woord telt ook, want het gaat om het horen en niet om bestaande woorden. Het mandje staat op een lage plank, zodat je kind zelf kiest wat jullie lezen. Een boek dat het zelf uitzocht, wordt echt zijn eigen boek.
Nieuw deze week: zelf een rijmwoord bedenken. Bij voorlezen: een eigen mandje met prentenboeken. Geïnspireerd op Charlotte Mason: levende boeken, en je kind kiest zelf wat jullie lezen.
Groep 7 · RekenenTot een miljoenBekijk de les
Leerdoel: Kan getallen tot 1.000.000 (een miljoen) correct hardop uitspreken, foutloos opschrijven en logisch ordenen op een getallenlijn.
- Een lange strook papier of behangrest
- Een touwtje en knijpertjes
- De printbladen: Getallenkaarten tot een miljoen, Antwoordblad rekenen blok 1, Verhaaltjeskaarten
- Stoepkrijt
- Terug naar honderdduizend: Eerst even ophalen. Getallen tot 100.000 uit groep 6.
- Een rustpunt voor je ogen: Samen. Ga naar buiten met stoepkrijt. Schrijf 405.060 groot op de stoep en laat je kind het hardop zeggen. Zet de cijfers in groepjes van drie met een punt ertussen: die punt is een rustpunt voor je ogen. Noem daarna vijf getallen die je kind met krijt opschrijft. Trek dan een lange lege lijn over de tegels met alleen 0 en 1.000.000 eraan. Je kind zet er 500.000 op, dan 250.000, en pas daarna 99.900 en 405.060. Vraag bij elk getal: hoe weet je dat het daar hoort? Regent het, of is er geen stoep of plein? Leg dan een strook papier in de gang.
- Van klein naar reusachtig: Zelf. Je kind maakt acht getallenkaarten: voorop het getal in cijfers, achterop hetzelfde getal in woorden. Daarna legt het ze op volgorde van klein naar groot en draait ze om om zichzelf na te kijken. Je kind kiest of het de kaarten aan een touwtje hangt of ze als een lange trap op de vloer legt.
- Tafels en bingo met grote getallen: Het oefenbakje. Het vakje rekenen: de tafels van 6 tot en met 9 door elkaar. Vrijdagspel: bingo met grote getallen, jij zegt het getal in woorden en je kind zoekt de cijfers.
- Thuis tot een miljoen: Kijk samen terug. Je kind spreekt acht grote getallen goed uit, schrijft er vijf op die jij noemt en zet zes getallen op de goede plek op een lege getallenlijn. Het begint uit zichzelf aan de rekenronde en kijkt na met het antwoordblad, en een fout loopt het zelf na. Voordat het begint zegt het welke aanpak bij de som past, uit het hoofd of op papier.
- Van de jagers zijn in ons land 12.500 vuurstenen werktuigen gevonden. In het museum liggen er 3.750. Hoeveel liggen er niet in het museum? (12.500 − 3.750 = 8.750)
- De kano van Pesse is ongeveer 10.000 jaar oud. Het hunebed op de heide ongeveer 5.400 jaar. Hoeveel jaar zit daartussen? (10.000 − 5.400 = 4.600)
- Linde plukt zes handen vol hazelnoten. In elke hand zitten er 45. Hoeveel noten heeft ze? (45 × 6 = 270)
- Opa bewerkt 8 stukken vuursteen per dag, zes dagen lang. Van elk stuk komen 3 pijlpunten. Hoeveel pijlpunten zijn dat? (8 × 6 = 48 en 48 × 3 = 144)
- De familie loopt in vier dagen 92 kilometer. De eerste dag 29 kilometer, de tweede 18 en de derde 24. Ze hebben ook 3 honden bij zich. Hoeveel kilometer lopen ze op de vierde dag? (29 + 18 = 47, dan 47 + 24 = 71 en 92 − 71 = 21)
- Gaat het vlot? Je kind bedenkt een getal dat jij moet opschrijven, of het kiest zelf een getal om op de lijn te zetten.
- Veelgemaakte fout: Je kind hoort vierhonderdvijfduizend zestig en schrijft 400.5060. Laat dan zien dat elk groepje precies drie cijfers heeft: 405 en dan 060. De nullen doen mee, ook als je ze niet hoort.
- Lukt het nog niet? Werk een paar dagen alleen met getallen tot 100.000, en laat je kind ze eerst in groepjes van drie opschrijven.
- Als de basis er nog niet zit: Zit het ordenen van kommagetallen, de tafels of het cijferend vermenigvuldigen uit groep 6 er nog niet? Doe dan eerst die stap uit groep 6: leg tien kommagetallen op een getallenlijn, zet de haperende tafels een tijdje in het vakje rekenen, en reken drie keersommen onder elkaar uit met jou ernaast. Daarna pakt je kind deze les gewoon op. Hoe groep 6 het uitlegt, en wanneer het genoeg is, staat bij Terugstappen naar groep 6, onder Loopt alle weken: Getallen tot 100.000, De tafels en deeltafels, Onder elkaar rekenen en delen met hapjes of Breuken en kommagetallen.
Een getal van zes cijfers wordt leesbaar zodra je het in groepjes van drie ziet: de punt geeft je ogen rust, en de nullen houden hun plek, ook als je ze niet hoort. Op de lege lijn draait het om iets anders: hoe groot is een getal eigenlijk? Wie eerst het midden en dan de helft daarvan zet, heeft houvast voor elk ander getal. De kaarten met het antwoord achterop laten je kind zelf nakijken, zodat het meteen ziet of het klopt.
Nieuw deze week: getallen tot een miljoen uitspreken, opschrijven en op een lege getallenlijn zetten. Je kind oefent: grote getallen hardop zeggen, opschrijven en ordenen. En houdt bij: de tafels door elkaar gevraagd. Geïnspireerd op Montessori: de kaart met het antwoord achterop: het materiaal kijkt zichzelf na.
Hoe een week en een blok werken, en wat je doet bij vakantie of achterstand: zo werkt GroeiPlatform.
Veilig betalen
Betaling verloopt via Mollie: iDEAL, creditcard of bankoverschrijving.
Privacy-eerst
AVG-conform, gegevens van je kind blijven van jou. Exporteer of verwijder wanneer je wilt.
Geen verrassingen
Duidelijke prijzen, zonder verlengingstrucs. Het maandabonnement zeg je op wanneer je wilt. Een jaar of lesmateriaal betaal je één keer; het loopt na 6 of 12 maanden vanzelf af.